De verschillende vormen van de liturgische ritus

13b.pngDe prenten in de catechismus tonen priesters die de mis celebreren volgens de oude liturgie, die je nu in bijna geen enkele kerk meer aantreft. Dat is natuurlijk omdat het boek stamt van voor het tweede Vaticaans concilie, dat de nieuwe liturgie invoerde. Er is onder de huidige paus terug beweging gekomen in de discussie over de verschillende vormen van de liturgie. Wat zijn de belangrijkste verschillen? Wat is de plaats van deze vormen in de kerk van vandaag? Wat heb je als gewone gelovige te zeggen over de vorm waarin de liturgie in je parochie wordt gevierd? Wat betekent dit nu allemaal voor seminaristen, priesters en bisschoppen?

Tweede Vaticaans Concilie
20b.png“De liturgie is de publieke eredienst aan God gebracht door de gemeenschap van de gelovigen verenigd met Christus, die op mysterieuze wijze in zijn volk aanwezig is”. Zo leert ons het Tweede Vaticaanse Concilie. Dit concilie (1963-1965), dat bijeen geroepen werd om de Kerk aan te passen aan de noden van een veranderde wereld, bracht als eerste document de constitutie “Sacrosanctum Concilium” uit. Dit document handelt over de liturgie van de Kerk en vormt tevens de basis van de latere liturgiehervorming.

De meest in het oog springende hervorming die het concilie volgde, was de verandering van de liturgie, welke zijn hoogtepunt vond in de uitgave van het nieuwe missaal door paus Paulus VI in 1970. De jaren tijdens en na het concilie worden—wat de liturgie betreft—gekenmerkt door experimenten: men wil vernieuwen, nieuwe vormen zoeken, een nieuwe taal. Dit gebeurde niet altijd op een even geslaagde wijze: al te vaak werd met het badwater ook het kind mee weggegooid. Terecht noemt de Duitse liturgist Klaus Gamber de liturgie een “thuis”, waar men vertrouwd is met woorden, vormen en handelingen. Vele gelovigen voelden zich gekwetst. Reacties bleven niet uit, en groepen gelovigen bleven vasthouden aan de liturgie “van vóór het concilie”.

Twee vormen
32b.pngOm deze situatie in goede banen te leiden, bracht paus Johannes Paulus II 1988 het document “Ecclesia Dei adflicta” uit, welke de oude liturgie onder bepaalde voorwaarden (o.a. toelating door de lokale bisschop) weer toeliet. Verschillende seminaries werden geopend waar jonge mannen worden opgeleid in en voor deze liturgie. Het pauselijk schrijven “Summorum Pontificum” van Benedictus XVI (7 juli 2007), gaf de oude liturgie weer een volwaardige plaats in het leven van de Kerk.

Men spreekt sindsdien over één Romeinse ritus, die echter twee vormen kent: de “gewone” vorm, d.i. de vernieuwde liturgie van Paulus VI, en de “buitengewone” vorm, d.i. het missaal van Johannes XXIII (de laatste hervorming van de voorconciliaire liturgie gebeurde onder Johannes XXIII in 1962). Een priester die de oude liturgie wil opdragen, heeft niet langer de toelating van zijn bisschop nodig, en ook gewone gelovigen kunnen zich gewoon tot hun pastoor wenden om deze liturgie in hun parochie te vieren.

Waarin verschillen nu deze beide vormen?
53b-pagina001Mensen spreken dikwijls, wanneer zij het over de Buitengewone vorm hebben, over de mis “in het Latijn, met de rug naar het volk”. Dit in tegenstelling tot de Gewone vorm, waar de priester met het gezicht naar de mensen de mis opdraagt in de volkstaal. Het conciliedocument “Sacrosanctum Concilium” legt de nadruk op het gebruik van de Latijnse taal in de liturgie, noemt het gregoriaans dé kerkmuziek bij uitstek en rept met geen woord over het feit dat de priester naar het volk gewend de mis moet opdragen. Het is dus perfect mogelijk (en ook toegelaten!) de gewone vorm in het Latijn op te dragen in de gebedsrichting van het volk.

Vooreerst zijn er een aantal uiterlijke verschillen in de afloop van de dienst. Zo kent de oude liturgie de gebeden aan de voet van het altaar (psalm 42) bij het begin van de mis, het “laatste evangelie” op het einde van elke mis en de verplichte besprenkeling met wijwater voor het begin van de zondagsmis.

Daarnaast is er natuurlijk het verschil tussen de beide missalen. De gebeden van de mis (openings-, offerande- en slotgebed) zijn niet altijd dezelfde. Het nieuwe missaal heeft ook een groter aanbod aan prefaties.

De nieuwe liturgie heeft drie bijbellezingen op zondag, de oude slechts twee. Ook het aanbod aan bijbellezingen is groter in de Gewone vorm. De lezingen voor de zondagen werden er verdeeld over een cyclus van drie jaar en voor weekdagen over twee jaar. De oude liturgie kent dit systeem niet: er is slechts één lezingenjaar (dezelfde teksten komen elk jaar opnieuw terug). Hierbij moet echter gezegd worden dat dit lezingenrooster teruggaat tot de derde eeuw van onze tijdrekening.

De buitengewone vorm kent slecht één eucharistisch gebed, de “Romeinse Canon”, waar het nieuwe missaal vier eucharistische gebeden heeft.

Eén van de meest opvallende verschillen is de plaats van de stilte in de liturgie. In de oude liturgie valt als het ware alles stil na het “sanctus”, bij het begin van het eucharistisch gebed. Dit gebed wordt stil (fluisterend) door de priester gebeden. De stilte wordt enkel onderbroken door het geluid van de bel op het moment van de consecratie. Ik ben steeds weer onder de indruk over deze gewijde stilte.

Naast deze grotere verschillen zijn er natuurlijk nog een aantal kleinere verschillen wat handelingen en kleding van de priester betreft.

Besluit
Beide vormen van de ritus hebben nu hun plaats in het leven van de Kerk. Een belangrijk punt in het beleid van paus Benedictus XVI is de continuïteit in het leven en de leer van de Kerk. Het Concilie was en mag geen breuk zijn; er is geen Kerk van vóór en een Kerk van na het concilie. Christus is dezelfde gisteren, vandaag en morgen. Hij moet centraal staan, niet enkel in de liturgie maar in ons hele leven.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *